logo Rijn Vecht en Venen

Nieuws van de Weidevogelman

14 juli 2022
Ingediend door Wenche

De Weidevogelman aan het woord

De 'weidevogel man' van hogeschool van Hall Larenstein publicereert elke maand een column. U kunt zich hiervoor aanmelden via de website van weidewinst. Hieronder worden de columns van het voorjaar 2022 weergegeven. Op de website van weidewinst kunt u oudere columns nalezen.

Hieronder staan de meest recente columns. Selecteer de link om naar het bericht te gaan verder op deze pagina.

 

Wat gruttopubers nodig hebben

Ga vooral kijken naar de film Grutto! Van Ruben Smit, die nu in de bioscopen draait. Ik mocht hem al zien en kan het je echt aanraden voor een fijne avond natuurbeleving vanuit de luie stoel. In het veld sta je zelden zo fantastisch dichtbij en volg je individuele vogels nooit zo mooi als in deze film.
Subtiel krijgt de kijker mee waarom de grutto het moeilijk heeft en ook dat er boeren zijn zoals de melkveehouders Wim en Piet die vakkundig en gepassioneerd in de weer zijn met vaste mest, nestbescherming, uitgesteld maaien en plasdrassen voor de weidevogels. Een film met urgentie èn hoop die ik als Weidevogelman hier maar even vrij vertaal: de grutto heeft (meer) boeren nodig. Met vakmanschap en inzet kunnen we ze behouden!
 
‘de grutto heeft (meer) boeren nodig’
 
Het is aangrijpend om te zien hoe kwetsbaar de kuikens zijn voor weer en wind, voor maaiwerk en voor talloze rovers. Des te ontroerender om zo’n jonge grutto voor het eerst op de wieken te zien gaan. En hoe het dan verder gaat, daar weten we door onderzoek weer een beetje meer van. De vliegvlugge grutto’s verlaten half juni de weilanden waar ze opgroeiden en dan zijn het pubers van ruim 200 gram die nog niet klaar zijn om de verre tocht naar Afrika te vliegen. Terwijl de ouders al naar het Zuiden trekken, blijven de laatste jongen nog tot begin september in ons land om ‘op te vetten’ naar een gewicht tussen de 280 gram voor de mannen en 340 gram voor de vrouwen.

Het viel onderzoeker Jelle Loonstra tijdens zijn promotieonderzoek met gezenderde jonge grutto’s op dat ze overwegend naar vier plaatsen gaan. Hij noemt de Ezumakeeg bij Lauwersmeer, het Hegewierster Fjild bij Kimswerd, Piekesyl (bij Heeg) en Het Twiske in Noord Holland. Wetlandachtige pleisterplaatsen met ondiepe plassen en drassige stukken. “De jonge grutto’s hebben snavels van 5 à 6 cm die zijn nog niet volgroeid. Om op te vetten hebben ze die plekken nodig om makkelijk aan wormen, emelten en muggenlarven te komen”, zegt Loonstra. Buiten deze gebieden worden in de zomer de plekken met nattigheid en zachte bodems schaars, ook al omdat de plasdrassen droog vallen. En zo kom ik met Loonstra al weer bij een boodschap uit die gaat over het belang van natte weilanden, plassen en slikranden. Het zou de grutto- en kievitpubers (met nog kortere snavels) enorm helpen als we kans zien om ook in de zomer natte weilanden en volle greppels te bieden, maar ook de vele doortrekkende steltlopers vanuit het noorden. Wellicht ook goed voor de grasgroei!

Tips:

  • Pomp na 15 juni vlakbij graslanden met hergroei alsnog op een nieuwe plek een greppel vol met water.
  • Voorkom problemen bij overheidscontroles door niet een voorjaars plasdras te verlengen
  • Weilanden korte tijd bevloeien is een oppepper voor het gras en is een magneet voor steltlopers.

 

Maaien? Hangt van de vogels af, niet van de kalender

We begonnen een praatje bij de weg en even later liepen we al door zijn percelen naar achteren. Aan het eind van de kavel duikt anderhalve hectare wuivend gras op, zijn weidevogelproject. Dicht tegen een natuurgebiedje aan, zodat het elkaar versterkt. Twee greppels houden eenvijfde van het stuk plasdras. In de natte stukken groeit het gras langzamer en heeft een opener stand.   
Het liefst zou hij 15 juni maaien, dan is het klaar voor de geplande vakantie.
Een tureluur cirkelt met veel lawaai om ons heen. Jaarlijks broeden een tiental vogelpaartjes op dit land, waar eerder geen vogel meer kwam. De boer kijkt peinzend de tureluur achterna. “Nou, als die er over een week nog zijn, kan ik dus niet maaien’. Ik doe even of ik het niet verstond. ‘Ja, waar doe ik het anders allemaal voor hè’, zegt hij stellig.
Kijk, en zo simpel is het gewoon.

'Kijk, en zo simpel is het gewoon’
 
Die percelen waar je het gras tegen je boerengevoel in zo lang laat staan, die heb je om vogels en kuikens rust en voedsel te geven. Dan is het niet logisch om de kalender te laten regeren en na 1 juni of 15 juni of 1 juli alles ineens kort te maaien. Laat het van de vogels afhangen of het kàn en begin daar een paar dagen tevoren naar te kijken. Maak er teamwerk van met vrijwilligers, buren en weidevogelcoördinatoren. Zijn er kuikens dan geef je ze nog wat meer tijd en stelt het maaien uit. Wellicht is verjagen met vlaggenstokken een optie, als er alternatieven zijn waar de kuikens naartoe kunnen.
Uit de polders hoor ik blije geluiden dat er veel vogels zijn en dat het broeden goed verliep met weinig predatie. Dan zijn er nu veel grote kuikens van eerste helft mei en minder jonge kuikens van latere legsels. Daar leid ik uit af dat maaien op heel veel plekken prima zou kunnen en dat lang niet overal uitstel nodig zal zijn. 
Het blijft maatwerk om te maaien met weidevogelverstand: eerst goede informatie, dan beslissen, dan doen. En als het zover is: maai dan eerst hier en daar een strook en kijk wat er gebeurt, maai vervolgens van binnen naar buiten en gebruik wildredders, maai met aangepaste snelheid, zet iemand op de uitkijk. Want ja, die kuikens hè, daar doen we het allemaal voor!

Tips:

  • Ook als de kuikens vliegvlug zijn, blijft een plasdras nog van belang voor volwassen vogels en kuikens. Ze foerageren en rusten daar graag. Kijk dus of het wat langer nat kan blijven of laat het heel geleidelijk opdrogen.
  • Maai met liefde en aandacht voor kuikens: gebruik een wildredder, rij langzaam en waar vogels opvliegen, kijk of er kuikens zijn.

 

Voorjaarsknoppen! (om aan te draaien)

Nog even en de eerste kieviten slaken hun kreten boven de weilanden, op zoek naar een plek om te broeden. De winter bleef uit en ze gingen dus niet ver naar het zuiden. Het zachte weer brengt de natuur vroeg in een voorjaarsstemming.
Aan welke knoppen kun je in het vroege voorjaar allemaal draaien om de weidevogels een handje te helpen? Water vasthouden op je plas-dras percelen en greppels ligt als eerste voor de hand. Combineer je plas-dras zo mogelijk nog met een hoogwater-sloot. Daarmee laat je de greppels makkelijk vollopen en voor de vogels is die natte oever, met slikkige randen, van grote meerwaarde.
Dat water een levensbehoefte is voor vogels en kuikens werd in de natte april en mei van vorig jaar ook wel duidelijk. Hoewel ik erbij moet zeggen dat de lage temperatuur ook een factor was, want die temperde de grasgroei. In ‘gewone’ voorjaren drogen de weilanden in april en mei op en groeit het gras hard, zodat het snel gesloten en hoog is. Voedsel is dan moeilijker bereikbaar. En juist dan zijn die plasdrassen en hoogwatersloten van vitaal belang om de vogels te voeden.
Over voeden gesproken, vaste mest is een wormenlokker. Benut dat dus zoveel mogelijk op percelen waar de meeste weidevogels zitten en strooi het zo laat mogelijk uit: hoe later in het voorjaar, hoe hongeriger de wormen, hoe meer effect.

‘Vaste mest is een wormenlokker. Hoe later je strooit, hoe meer effect’

En laat drijfmest (in het voorjaar) achterwege op de weilanden waar je een uitgestelde maaidatum hebt. Dat zorgt voor een wat opener gewas, waardoor de kuikens daar in mei en juni beter uit de voeten kunnen. Voor jezelf is het ook beter, want de maaisnede is lichter en heeft een betere voederwaarde, blijkt uit onderzoek. Over het hele seizoen gerekend scheelt het amper opbrengst (Bemesten ‘uitgestelde maaidatum land’). Je kunt trouwens ook nu al iets doen aan de grashoogte: laat het in februari of maart nog even kort afgrazen met een koppel schapen.
En als je straks plannen maakt voor je weidegang: is het misschien mogelijk om dat in april en mei juist te doen naast je percelen met late maaidatum? Weidevogels blijken die rafelige weilanden met mestflatten hoog te waarderen. Met hun geloop zorgen koeien ervoor dat de wormen naar de oppervlakte komen en die mestflatten trekken naast wormen ook loopkevers, muggen en vliegen aan.

Tips:

  • Randenbeheer is simpel, kansrijk en goedkoop. Begin er in het voorjaar mee: blijf met mest en kunstmest drie meter van de sloot af en laat dat in het voorjaar staan. Maai het met de latere snedes mee.
  • Laat de waterstanden in je plas-dras een beetje variëren om zo slikranden te creëren.
  • Houdt afstand van de plas-dras greppel bij bemesten! Zit je daar te kort op en valt er later regen, dan spoelt de mest weg in het water.

Plezier van Plevierenmanieren

Het zijn de kleine dingen die het doen. Je hangt vast wel eens over het voerhek om van je koeien te genieten? Kom ik in een stal, dan steek ik graag even mijn neus in het voer, omdat het fijn is (tenminste meestal). Kleine pleziertjes die je dag opvrolijken. Nou, dat kunnen we wel gebruiken in de grijze winterdagen.
Mijn recept: leef eens een week zonder media en ga wat vaker het veld in. Eerst je eigen veld om naar afwatering en je graszode te kijken (en kansen te spotten voor natte plekken in het voorjaar). En daarna andere velden her en der waar je weidevogels en trekvogels verzameld kunt zien.

Troepen kieviten op een nattig weiland spot je makkelijk vanuit de auto. Het is de moeite om er wat langer en met een verrekijker naar te kijken. Want met een beetje geluk tref je zo’n plek waar goudplevieren tussen de kieviten dartelen. Wat doen ze: een stukje rennen, stoppen om te kijken en te luisteren en dan, pats! Met de snavel naar de grond een worm uit de zode plukken. Kijk eens een tijdje naar die typische plevierenmanieren en het vogeltje zelf met die prachtige goud-bruin bespikkelde bovenkant. Zelf ontdekken is het mooist, maar hier alvast een voorpret-filmpje: Goudplevier.

‘EEN VOGELTJE DAT JE MET ZIJN BEWEGINGEN EN GELUIDEN VOOR EVEN OPTILT’

Al sinds 1974 broeden ze niet meer in ons land, maar noordelijker en krijgen wij ze in de winter nog als doortrekkers te zien. Overal in de buurt van zee en open water kun je ze nu tegenkomen: globaal ten westen van de lijn Noordoost-Groningen en Zuidwest-Zeeland.

Ik knap ervan op, dat loeren naar wat de vogels doen en ik hoop jullie ook. Tegelijk krijg ik dan inspiratie voor plannen. De natte lijnen laten zich nu overal zo goed zien. Een flinke plas in een weiland, een mooi gevulde greppel: perfect geschikt voor een greppel plas-dras in het voorjaar. Maak gebruik van zo’n kans! Een boom, een struikje of een hakhoutbosje bij weidevogelland: kan wel even gezaagd deze winter, weg met die uitkijkpost voor rovers. Denk ook aan overleg met de wildbeheereenheid over het tegengaan van predatie door vossen. Wellicht kun je al vast gaan puzzelen met bemesting en weidegang en hoe dat straks kan bijdragen aan variatie voor de weidevogels. Winterwerk voor weidevogels betaalt zich straks uit!

Tips:

  • Benut de natte plekken voor plas-dras in het komende voorjaar.
  • Waar zaten de vogels afgelopen jaar? Mooi om daar in het voorjaar dan de ruige mest uit te rijden.
  • Gaat het nog eens vriezen, grijp dan je kans om rietopslag terug te zetten, om het gebied open te houden.

Klik hier om direct een melding te plaatsen! Direct naar meldingen

Klik hier om direct contact op te nemen! Direct contact opnemen

Nieuws in de media

Elke sloot een libellensloot!

Libellevriendelijk slootbeheer in de veenweidegebieden, hoe doe je dat? De Vlinderstichting…

19 september 2022 lees verder

Bijeenkomst jonge boeren op 5 oktober 2022; IJsselstein

LaMi organiseerd een bijeenkomst voor jonge boeren…

18 september 2022 lees verder

NNN actualiseert standaardkostprijzen voor natuurbeheer

Op 24 augustus verscheen onderstaand nieuwsbericht in Nature Today: Standaardkostprijzen voor…

7 september 2022 lees verder

12...25